Introductie Moreel Beraad, de dilemmamethode

De dilemmamethode is een gespreksmethode voor moreel beraad die focust op een situatie waarin iemand voor een concrete keuze staat tussen handeling A en B – een dilemma – en zich afvraagt wat moreel het beste is om te doen. Bijvoorbeeld: ‘Moet ik eerst bewoner A of bewoner B helpen?’ Of: ‘Behoor ik het gedrag van mijn collega te melden of behoor ik te zwijgen over wat ik zag?’ Kenmerkend is dat beide handelingen gemotiveerd kunnen worden met een bepaalde waarde en/of norm, maar dat ze niet tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden.
In een dilemma is kiezen dus noodzakelijk. De keuze die gemaakt wordt, gaat
onvermijdelijk ten koste van het alternatief dat niet gekozen wordt: er is altijd morele schade. Het ervaren van een dilemma noopt tot reflectie op achterliggende waarden en normen en het besef dat men in de uiteindelijke keuze onrecht doet aan de waarden en normen die niet worden gerealiseerd.
De dilemmamethode beoogt de deelnemers aan het moreel beraad via verschillende stappen te stimuleren tot reflectie op waarden en normen die voor hen in de concrete casus belangrijk zijn. Het is daarbij cruciaal om met een onderzoekende en vragende houding een gezamenlijke dialoog op gang te brengen. Door het gezamenlijke onderzoek naar hoe de uitgangsvraag in de concrete casus wordt beantwoord, en op grond waarvan, kunnen de deelnemers aan het moreel beraad leren van zowel hun eigen als elkaars visie en overwegingen. Doorgaans levert dit nieuwe, gedeelde morele inzichten op.

Voorbereiding Moreel beraad
Als voorbereiding op het moreel beraad: schrijf in enkele zinnen een eigen korte casus op met daarin jouw moreel dilemma. De casus kan retrospectief zijn, het betreft een situatie die in het verleden speelde: je hebt een keuze gemaakt, of prospectief, de situatie speelt nu: je moet de keuze nog maken.
Criteria voor een goede casus zijn:
• Echt gebeurd
• Afgebakend in de tijd (een begin en een einde)
• Casusinbrenger moet een rol gespeeld hebben (spelen) in de casus
• Casusinbrenger moet zelf een oordeel of een specifieke concrete twijfel hebben
• Kort en concreet
• Ertoe doen, pakkend, belangrijk genoeg
• Niet te emotioneel beladen (dat is, als de emoties het vrije onderzoek in de weg zitten, individueel of in de groep)

Het moreel dilemma, de uitgangsvraag, beschrijf je in concreet gedrag, in de ik-vorm: Moet/mag ik A of B doen?

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert donderdagavond 2 maart 2017 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Donderdag 2 maart 2017, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Met de Tweede Kamer verkiezingen voor de deur, waar we middels onze stem een keuze kunnen maken, zal het thema van deze avond “een keuze maken” zijn. Niet zozeer politiek, maar de keuzes waarvoor we komen te staan in het dagelijks leven waarbij het soms lastig kiezen is. Wat beweegt ons voor het één te kiezen en niet voor het ander? Of een dilemma waar je voor staat; wat zal ik doen? In een Moreel Beraad gaan we het thema onderzoeken aan de hand van onze eigen ervaringen en onderliggende overtuigingen.

Reageren? Mail naar info@dialoogkringmuiden.nl voor nadere informatie.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 25 januari 2017 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 25 januari 2017, bibliotheek Muiden.
Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Aan de hand van een uitspraak, verwondering, kort verhaal, gedicht, muziek, filmpje, of een wens voor 2017 voeren we een filosofisch gesprek.

Reageren? Mail naar info@dialoogkringmuiden.nl voor nadere informatie.

Wat is smaak?

Smaak wordt gevormd. Is smaak individueel of van een groep?

Individuen hebben hun smaak gevormd. De smaak wordt echter ook beïnvloed door de groep. Groepen kunnen tegenover elkaar komen te staan.

Wanneer de andere mening niet interessant is, is er geen samenleving.

Je kunt je smaakoordeel opschorten, bevindingen geven, waarnemingen naast elkaar zetten, je inleven in de anderen, en op die manier gemeenschapszin ontwikkelen.

In sommige gevallen ga je je eigen gang, bijvoorbeeld de kunstenaar gaat zijn eigen weg. Je plaats je buiten het sociale circuit.
Kunst moet eigenzinnig zijn.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert donderdagavond 22 december 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Donderdag 22 december 2016, bibliotheek Muiden.
Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Aan de hand van een uitspraak, verwondering, kort verhaal, gedicht, muziek, filmpje, of een wens voor 2017 voeren we een filosofisch gesprek.

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Radicalisering 3

Wat denk je bij radicalisering?
Een omverwerping van bestaande waarden en jouw nieuwe waarden tegenover stellen.
Proces naar geestvernauwing.
Radicalisering, ik moet niet bijdragen aan het verdere escaleren. Gedachtes die opkomen: “Dit is een hot spot”. Hoe kan je het stoppen?
Ongeloof in het zwart-wit denken, wat onbekend is in je dagelijkse bestaan. Zwart-wit denken, is dat denken? Anderen worden niet in hun waarde gelaten. Zwart-wit denken: je bent door een ding geobsedeerd, je bent gehersenspoeld, de geradicaliseerde denkt niet meer voor zichzelf.
Radicalisering, is het nu onder ons of hoort het bij oorlogsvoering, guerrilla?
Radicalisering betekent vernauwing, overgave aan één ding, bewonderenswaardig maar ook eng.
Kijk naar een vechtscheiding, ieder zijn eigen waarheid, harde middelen worden ingezet, je voelt totale machteloosheid.
Radicalisering zegt mij niets, ik heb het niet in mijn buurt, het speelt voor mij niet, ik heb geen tv.
Radicalisering is een feit, ik probeer het te begrijpen.
De geradicaliseerde voelt onmacht in het leven, probeert grip te krijgen op de wereld, heeft machtshonger. Radicalisering is een noodkreet, anderen vermijden de realiteit, voelen niets.
Radicalisering betekent dat er geen tegenspraak meer mogelijk is, geen dialoog, het betekent onvrijheid in de mens zelf.

Wat kun je doen?
Zorg ervoor dat iemand niet in een isolement geraakt. Toon respect voor iedereen, zie iedereen als individu en niet als lid van een groep. Ga het gesprek aan, wees niet bang zijn voor de confrontatie. Houd een moreel beraad.

Radicalisering 1

Fasen in het radicaliseringsproces.

1 Op zoek zijn naar gerechtigheid en rechtvaardigheid

2 Ontevredenheid van mensen in de maatschappij

3 Gefrustreerd zijn omdat de acties onvoldoende resultaat opleveren

4 Lid worden van een radicale groep met gelijkgestemden

5 Uitgangspunten en doelstellingen worden gezien als legitiem

6 Plegen van een terroristische daad

 

 

 

 

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 30 november 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 30 november 2016, bibliotheek Muiden.
Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Na een introductie met beeld en tekst voeren we een gesprek met als thema ‘Radicaliseren’.

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Nemen we weleens afscheid?

Weggaan
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.

Rutger Kopland

Naar aanleiding van het gedicht van Rutger Kopland vroegen we ons af: nemen we weleens afscheid?

 

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert donderdagavond 27 oktober 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Donderdag 27 oktober 2016, bibliotheek Muiden.
Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Na een introductie met tekst en muziek gevolgd door een column zullen we een gesprek voeren over een ter plekke vastgesteld thema.

Zet ook de volgende data van het Filosofisch Café alvast in uw agenda: woensdag 30 november 2016.

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Wat zou het Filosofisch Café moeten doen?

Centraal het thema van de avond vaststellen.
De diepte ingaan met het thema.
Zorgen voor balans tussen de gespreksdeelnemers, spontaan en gecontroleerd.
Niet psychologiseren, focus houden op het thema, het onderwerp van de avond.
Het thema toetsen aan je eigen leven.
Filosofen behandelen. Filosofen uitnodigen, bijvoorbeeld Bas Haring. Een korte inleiding op het thema verzorgen.
Gespreksoefeningen: bijvoorbeeld iets wat je raakt inbrengen, waarom vind je dit muziekstuk mooi. In drietallen gespreksoefeningen houden.
Actuele onderwerpen hebben eventueel de voorkeur, bijvoorbeeld radicalisering.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 28 september 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 28 september 2016, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Nadere informatie volgt nog. We zullen een gesprek voeren over een ter plekke vastgesteld thema.

Zet ook de volgende data van het Filosofisch Café alvast in uw agenda: donderdag 27 oktober 2016, woensdag 30 november 2016.

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Vechten tegen de reorganisatie

In het gesprek naar aanleiding van Epictetus ging het met name over twee van zijn uitspraken:

“Laat voorlopig alle begeerten varen, want als ge iets begeert wat buiten uw macht ligt, zijt ge gedoemd ongelukkig te worden…”

Waarom zou je zo gecontroleerd moeten leven? Kun je ook niet zonder meer ergens voor gaan en maar zien waar het schip strandt? Wat is het bezwaar daartegen?

“Geef me de moed om alles te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te veranderen wat wel in mijn vermogen ligt, en de wijsheid om tussen die twee te onderscheiden.”

Wat ligt in je vermogen om te veranderen? Het weer zeker niet maar de collega’s die je hebt wel? Je kunt vechten tegen de zoveelste reorganisatie maar je kunt die ook accepteren en besluiten om je eigen weg te gaan.

Epictetus

150px-Epictetus

Epictetus

Geboren: 55 n. Chr. Hiërapolis, Griekenland Gestorven: 130 n. Chr. Nikopolis, Griekenland
Epictetus (Grieks: Ἐπίκτητος) was een Stoïcijns filosoof uit de 1e eeuw na Chr.; hij leefde van 55 tot ca. 130 na Chr. Samen met andere Romeinse filosofen als Seneca en Marcus Aurelius behoorde Epictetus tot de leidende figuren in de stoïsche filosofie in de eerste eeuwen na Christus.
Hij werd als Griekse slaaf uit Hiërapolis (zuidwest-Anatolië) naar Rome gebracht waar hij slaaf werd van Epaphroditus, een belangrijke bestuurder aan het hof van Nero. In Rome studeerde hij bij Musonius Rufus, een Romeinse senator en stoïsche filosoof die met tussenpozen onderwees in Rome. Na zijn vrijlating onderwees Epictetus zelf in Rome. Epictetus werd waarschijnlijk in 89 verbannen uit Rome, vanwege het edict van Domitianus die alle filosofen uit Italië verbande. Hierna onderwees Epictetus in Nikopolis (noordwest-Griekenland), de filosofie van de Stoa, in een door hem gestichte school. Zijn colleges zijn door een van zijn leerlingen, Flavius Arrianus, stenografisch opgetekend. Daarvan zijn slechts 4 boeken (De Diatribae) bewaard gebleven. Arrianus heeft uit die colleges ook een samenvatting in citaten (het Zak- of Handboekje) en Gesprekken samengesteld.
In de overgeleverde teksten ligt het accent heel sterk op de ethica, de leer van het juiste handelen. De essentie van de filosofie van Epictetus kan beschreven worden aan de hand van een aforisme van hem: Je moet niet verlangen dat de dingen gebeuren zoals jij wilt dat ze gebeuren maar je moet de dingen willen zoals ze gebeuren, dan zal je levensweg gelukkig zijn.

Prohairesis, morele keuze.
Wanneer is een mens gelukkig? Als alles hem lukt. Je kunt iemand gelukkig noemen als alles in zijn leven gaat zoals hij wil dat het gaat, als hij in al zijn handelen het beoogde einddoel bereikt. In de praktijk van het leven lukt het vrijwel niemand om alles wat hij wil bereiken ook inderdaad te bereiken en als het hem al lukt moet worden afgewacht of hij het kan vasthouden. Het menselijk geluk is onzeker, zeker wanneer het berust op uiterlijke zaken. Epictetus draait de zaak om: als je wilt dat de dingen gebeuren zoals ze gebeuren, dan gebeurt dus altijd precies datgene wat je wilt. Je moet dus leren willen wat er gebeurt. De mensen zijn toegerust met het goddelijke instrument “prohairesis” om in iedere situatie het juiste te willen.
Sunkatathesis, instemmend oordeel.
De werkelijkheid is volgens Epictetus in te delen in twee categorieën: wat wel in onze macht ligt en wat niet in onze macht ligt. Wel in onze macht liggen onze opvattingen, onze overtuigingen, onze verlangens, onze afkeer, onze angsten en in het algemeen alles waarmee we reageren op de wereld om ons heen. Al het andere ligt niet in onze macht: succes in de maatschappij, rijkdom, gezondheid, ziekte, ongeluk, dood, kortom alles waar we geen invloed op kunnen hebben. Het onderscheid tussen deze twee categorieën is cruciaal.
In ons leven we onophoudelijk bestookt door “phantasiai”, indrukken. Het is onze taak om deze indrukken te beoordelen op juistheid en er wel of niet onze instemming, “sunkatathesis”, aan te verlenen. Deze indrukken kunnen zowel gebeurtenissen als onze opvattingen over die gebeurtenissen betreffen. Wanneer je bijvoorbeeld bij jezelf denkt “het is vervelend dat het regent”, dan verwart je twee categorieën, namelijk het feit dat het regent en je oordeel over het feit dat het regent. Het eerste heb je niet in de hand, dus dat moet je niet proberen te beïnvloeden; maar het tweede heb je wel in de hand, want je bent heer en meester over je eigen oordeel. Je moet jezelf corrigeren: ‘Ik stel vast dat het regent, maar omdat dit iets is wat buiten mijn macht ligt, onttrekt het zich aan de kwalificaties “goed” en “slecht”. Ik moet het dus ook niet vervelend vinden. Het raakt mij niet’. Dit geldt voor alles in het leven. Wanneer je geconfronteerd wordt met zaken als ziekte, verval, dood, verlies van geliefden dan vind je dat een verschrikkelijke ramp. Maar wanneer de prohareisis (de morele keuze) goed zijn werk doet, dan breekt het inzicht door dat deze dingen buiten je macht liggen en dus niet goed of slecht kunnen zijn. Dus raken ze je niet.
Dit is dan ook het enig werkelijk goede: het juiste inzicht in wat wel en niet in onze macht ligt. Omgekeerd is een verkeerd inzicht in deze kwestie het enige werkelijke slechte. Goed en kwaad zijn enkel gelegen in onze opvattingen over wat ons overkomt en niet in de gebeurtenissen zelf. (Uit Epictetus, Verzameld werk)

Uitspraken
“Mensen worden niet in de war gebracht door gebeurtenissen maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen.”
“Laat voorlopig alle begeerten varen, want als ge iets begeert wat buiten uw macht ligt, zijt ge gedoemd ongelukkig te worden…”
“Tracht niet alles volgens uw wil te laten schieden, maar laat het geschieden zoals het komt. Daar zult ge wel bij varen.”
“Geef me de moed om alles te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te veranderen wat wel in mijn vermogen ligt, en de wijsheid om tussen die twee te onderscheiden.”

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 25 mei 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 25 mei 2016, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Start 20.00 Na een kleine inleiding op het gedachtegoed van Epictetus
voeren we een gesprek over een ter plekke vastgesteld thema.

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Uitgangsvraag is actualiseerbaar

In het gesprek over Wat is een grens? Wat doet een grens met ons? kwamen we op een aanvullend criterium voor wat een goede uitgangsvraag is.

We wisten dat een goede uitgangsvraag: algemeen, niet zuiver individueel;  fundamenteel;  relevant, motiverend, van belang;  niet-empirisch: te beantwoorden door louter nadenken;  eenvoudig geformuleerd; en te voorzien van concrete voorbeelden is.

Daarnaast is een goede uitgangsvraag in een filosofisch (socratisch) gesprek actualiseerbaar. Dat wil zeggen dat het gesprek zelf ook als concreet voorbeeld van de uitgangsvraag gezien kan worden. In ons gesprek werd een gespreksnorm (“iedereen krijgt het woord”) overschreden en deelnemers ervoeren wat dat met hen deed

(Zie Hans Bolten, Spreken buiten de orde, in Het socratisch gesprek, DAMON)

Over de grens

De aprilmaand is de Maand van de Filosofie met als thema “Over de grens”.

Maar wat is een grens? Wat doet een grens met ons?

Hebben we het over landsgrenzen, geografische grenzen, of onze eigen persoonlijke grenzen? We hebben nogal wat grenzen, zelfs Artsen zonder Grenzen en jaren geleden Spel zonder Grenzen. Nog niet zo lang geleden tot 1 januari 1993 hadden de Europese landen nog grenzen, met controle, stopborden en paspoorten. Ook een absurde grens als de Muur in Berlijn en het enorme bouwwerk de Chinese Muur laten zien dat we bewust wilden scheiden, begrenzen, beschermen. Momenteel hot is de discussie of de vrijheid van meningsuiting grenzen kent en waar liggen deze dan. Zo oud als de wereld verplaatsen mensen zich, op zoek naar beter of op de vlucht voor oorlog en geweld. Kunnen/ mogen we hen begrenzen?

Een grens lijkt altijd iets af te bakenen. Vastheid en duidelijkheid scheppen wat ons anders als chaos overkomt. Het creëren van een illusie van een geordende ruimte, net als landsgrenzen dat doen. Grenzen trekken, onderscheid aanbrengen tussen A en B, het principe van ordenen. Het moet ons het gevoel geven meer greep te krijgen op wat eerst vaag en ongrijpbaar leek. Ook in ethiek en filosofie is men al tijden bezig op zoek naar waarheid, naar wat goed is, hoe de mens dient te handelen, waar de grens ligt van ons weten. Zoals Kant al zei: “Wat kunnen wij weten?”. Er worden grenzen bepaald aan de enorme wirwar, zeg maar moeras van morele mogelijkheden. Tot zover mag je gaan. Als je verder gaat overschrijdt je een grens, bega je een overtreding, zit je verkeerd.

Wat door de ene mens of samenleving als goed, mooi, gewoon wordt gezien wordt door iemand anders of andere samenleving als slecht, afstotend, abnormaal gezien. Denk aan het meerdere vrouwen hebben, seks met dieren, bejaardentehuizen, naaktlopen, homoseksualiteit, dansen op een begrafenis, drinken van urine, slaan van kinderen, bouwen van bommenwerpers, terugsturen van vluchtelingen….? Wat kan nog wel, wat niet? Waar ligt de grens, waar gaat iemand over de grens? Misschien blijken grenzen er niet te liggen, niet te zijn, maar worden ze door ons mensen gemaakt, gedacht en in elkaar gepraat. Daar waar je geacht wordt in bepaalde situaties “binnen de grenzen te blijven”, tot zover en niet verder, anders maak je een overtreding zien we bv in techniek en wetenschap juist grenzen verleggen als iets positiefs, als vooruitgang. We schieten raketten de ruimte in, op zoek naar het grenzeloze, het oneindige…? Of laten we kijken naar onszelf; wanneer zijn we tevreden of willen we voortdurend beter worden, sneller worden, ouder worden, het eeuwige leven?

Ik eindig met een citaat van Harry Kuitert:
“Menselijk handelen is aan grenzen gebonden; een mens kan niet alles en ook daarvan dient hij zich bewust te zijn. Waarom mag hij niet alles? Omdat bij alles wat wij doen anderen, medemensen, betrokken zijn, die we kunnen schaden of goeddoen. Op dat punt liggen de morele grenzen van ons handelen”.

Wie kent zijn eigen grenzen?

Filosofisch Café

De aprilmaand is landelijk de Maand van de Filosofie. Dit jaar is het thema “Over de grens”. Actueel, gezien het vluchtelingenvraagstuk, maar ook de grens tussen leven en dood of onze eigen grenzen die we telkens weer willen verleggen. Waar ligt de grens?

Donderdagavond 21 april zal ook het Filosofisch Café in Muiden met dit thema aan de gang gaan. Wellicht lopen we tegen onze eigen grenzen aan of worden deze juist beslecht wanneer we samen op zoek gaan naar vragen, visies en inzichten. Dit in een levendig gesprek in een ontspannen sfeer. Na afloop napraten met een hapje en drankje. Muziek wordt verzorgd door Remi Balvers op cello. Entree is gratis.

Iedereen is welkom donderdag 21 april vanaf 19.30 uur in de Bibliotheek van Muiden. Start 20.00 uur.

Opgeven kan via info@dialoogkringmuiden.nl

Vriendschap

Vriendschap is belangrijk in het leven, vond Epicurus. Vriendschap was het thema van de avond. Vele vragen kwamen op.

Wat is vriendschap? Heeft vriendschap grenzen? Wat zijn die grenzen? Bestaat onvoorwaardelijke vriendschap? Bestaat vriendschap?

Wat is het verschil tussen vriendschap en een familieband? Vrienden kunnen clashen, dan kan het afgelopen zijn met de vriendschap. Broers kunnen clashen maar je blijft familie.

Kies je je vrienden? Op gevoel? Hoe laat je ze binnen?

Hoe zit het met je plek en vriendschap? De vriendschap komt onder druk na een verhuizing. Enkelen nemen wel de moeite voor contact anderen niet. Het voelt niet goed als de vriendschap eindigt, het voelt als verraad.

Hoe zit het met tijd en vriendschap? Neem je vriendschap mee vanuit je jeugd? Gaat het om de herinnering die je samen hebt? Vrienden kun je 10 jaar niet zien en ze blijven vriend. Bij een nieuwe ontmoeting is er intens contact.

Zet je je hele persoon in, in een vriendschap? Of een aspect? Je hebt vrienden in de muziek, andere vrienden in de sport, andere vrienden in een andere periode. Zijn dit lichte vormen van vriendschap?

Of heb je gradaties in vriendschap? Enkele vrienden zitten in de eerste cirkel, daar kun je alles mee delen, al je vreugde en verdriet. Andere vrienden zitten daarbuiten, daar deel je niet alles mee.

Moet er sprake van wederkerigheid bij vriendschap? Je bent altijd steunpilaar voor je vrienden maar dan blijkt dat wanneer je zelf hulp nodig hebt, je vrienden er niet zijn. Je spreekt ze er op aan. Ze weten het maar kunnen het niet. Je gaat verder en maakt nieuwe vrienden waar je wel wederkerigheid van verlangt.

Maar hoever gaat die wederkerigheid? Vriendschap is toch niet gebaseerd op een winst- en verliesrekening. Moet er een balans van geven en nemen zijn? Of gaat het om de verwachting die je van elkaar hebt?

Vriendschap moet authentiek zijn, het moet uit iemand zelf komen. Wie je bent, er zijn voor de ander. Bij vriendschap moet niets, het gaat om de ontmoeting. Je hoeft niet alles te delen, het gaat om de aandacht voor elkaar.

Moet je alles kunnen zeggen tegen je vriend? Kritiek hebben hoort erbij? Of gaat het erom dat de boodschap uit liefde is. Je corrigeert een vriend(in) om hem of haar verder te helpen. Je accepteert en verwacht dat ook van vrienden.

Vriendschap kan groeien, je moet het onderhouden. Vriendschap is een werkwoord en kan in schoonheid eindigen.

Op zoek naar een uitgangsvraag

Bij een casus over een conflict omtrent een geparkeerde auto kwamen als mogelijke vragen naar voren:
1. Wat is geweld?
2. Hoe ga jij om met geweld?
3. Waarom heeft de man geen geduld?
4. Mag je je met geweld verdedigen?
5. Wat is recht? Wat is rechtvaardigheid?
6. Wat is geweldshantering?
7. Is het slim om je te verdedigen met geweld?
8. Wanneer is geweld gerechtvaardigd?

Een goede uitgangsvraag is:
a. algemeen, niet zuiver individueel;
b. fundamenteel;
c. relevant, motiverend, van belang;
d. niet-empirisch: te beantwoorden door louter nadenken;
e. eenvoudig geformuleerd;
f. te voorzien van concrete voorbeelden.

Aan de hand van deze en andere criteria werden de vragen op geschiktheid beoordeeld:
3 viel af, te individueel, 2 ook te individueel deze kan echter worden geherformuleerd. 7 viel af vanwege “slim”, er zit een verborgen waardeoordeel in. 1,5, en 6 vielen af, deze waren te breed.

Bleven over 4 en 8: Mag je je met geweld verdedigen? en Wanneer is geweld gerechtvaardigd? Deze werden als relevant en fundamenteel beoordeeld en geschikt als uitgangsvraag.

Epicurus

Epicurus

Geboren: 341 v. Chr. Samos, Griekenland Gestorven: 271 v. Chr. Athene, Griekenland
Als wij er zijn, is de dood niet, en als de dood er is, zijn wij niet.”
De wortel van al het goede is genot.”

Epicurus is filosoof en grondlegger van het epicurisme, de school die naast de Akademie van Plato, het Lyceum van Aristoteles en de Stoa, geldt als een van de vier hoofdrichtingen in de filosofie van de late Oudheid.

Epicurus is waarschijnlijk geboren op het Griekse eiland Samos, een Atheense nederzetting waar zijn ouders naar toe waren getrokken. Rond 323 v.Chr. ging hij naar Athene om daar als “efebe”, een jonge burger in militaire training, zijn dienstplicht te vervullen. Daarna is hij onder andere in de Ionische stad Teos geweest, alwaar hij sterk beïnvloed werd door de filosoof Nausiphanes, die hem inwijdde in de leer van de atomist Democritus.

In 311 v.Chr. vestigde hij zich te Mytilene, waar hij zijn eerste leerlingen om zich heen verzamelde.

Rond 307/6 v.Chr. keerde hij terug naar Athene, en zette daar zijn school voort, die de naam “tuin” (Gr. kèpos) kreeg, vernoemd naar de grote tuin die hij bezat en waar hij met zijn vrienden en leerlingen verbleef. Hij stichtte deze school in bewuste oppositie, zo mag men aannemen, met het Lykeion van de Peripatetici en de Akademie van de Platonisten. Tot aan zijn dood stond hij aan het hoofd van deze school. Epicurus is nooit getrouwd en heeft voor zover bekend geen nageslacht. Hij leed aan pijnlijke nierstenen, in 271 v.Chr. is hij op 72-jarige leeftijd overleden.

Al tijdens zijn leven is zijn leer snel verspreid en ontstonden elders groepen aanhangers, onder andere in Ionië en Egypte. Ook in Rome bevonden zich later aanhangers van zijn leer en persoon. Kenmerk van dat laatste is dat elk jaar zijn verjaardag werd gevierd.

Waar het om gaat in de filosofie is het persoonlijk geluk, volgens Epicurus het hoogste goed in het menselijk leven. Centraal hierbij staat het vermijden van pijn en verdriet. Als de filosofie ons niet van onze angsten zou bevrijden, met name van onze angst voor de goden en voor de dood, dan zou er geen reden zijn om haar serieus te nemen. Dit betekent, dat de rest van Epicurus’ filosofie in dienst staat van deze ethiek. Een logica of politieke filosofie heeft hij niet ontwikkeld.

Lichamelijk genot
Nastrevenswaardig is genot, in die zin dat het Epicurus om de lange termijn gaat. Zo is het onverstandig om veel te eten, wat direct genot oplevert, als dit leidt tot maagpijn. Genieten dus met mate. Daarnaast is bekend dat Epicurus zelf tevreden was met brood en water, met andere woorden een uiterst sober leven leidde. Hij schreef eens “Zend mij wat kaas, opdat ik, als ik dat wil, een feestmaal kan houden”.
Het is volgens Epicurus een door de natuur gegeven feit, dat zowel dier als mens het vermijden van pijn en het verkrijgen van genot nastreeft. Dit betreft puur het lichamelijke aspect. Hierbij geldt evenwel dat het verkrijgen van genot alleen bestaat uit het voldoen aan “natuurlijke” behoeften. Voor wat betreft behoeften onderscheidt Epicurus drie soorten: de natuurlijke en noodzakelijke (bijvoorbeeld eten en drinken), de natuurlijke maar niet-noodzakelijke (bijvoorbeeld iets lekkers eten), en de niet-natuurlijke, niet-noodzakelijke verlangens (bijvoorbeeld streven naar bekendheid, rijkdom etc.). Het “genot” waar het Epicurus om gaat is een bevrediging van de natuurlijke behoeften. Zijn deze bevredigd, dan is er geen reden verder genot na te streven. Bedoeld is dus zeker niet het kweken van nieuwe verlangens, om die dan vervolgens proberen te vervullen, want dat schept alleen maar geestelijke onrust.

Ataraxia, geestelijk “genot”.
De ataraxia (onverstoorbaarheid) wordt als zodanig niet als primair doel geformuleerd, maar het verkrijgen hiervan is wel nastrevenswaard. Ataraxia is een toestand van gemoedsrust en een blijvend gevoel van welbehagen, een geestelijk “genot” dus. Maar ataraxia is een resultaat, een toestand, daar waar het fysieke genot met een activiteit te maken heeft, die van de behoeftebevrediging.
Afwezigheid van vrees voor de dood of voor de goden, is een van de “ingrediënten” die Epicurus’ fysica aandraagt, en die daarmee bijdraagt aan de ataraxia. “De dood gaat ons niets aan”, is een uitspraak van Epicurus, om aan te geven dat het leven belangrijk is om te leven.
Het beste leven volgens Epicurus is een teruggetrokken leven te midden van vrienden. De vriendschap speelt een grote rol: de epicuristische school stond bekend als besloten. Elke persoon die zich aansloot bij het epicurisme kon rekenen op de steun en het vertrouwen van de andere epicuristen. Epicurus’ motto Leef in het verborgene duidt erop dat hij afraadt om publieke functies te bekleden, of anderszins te veel in de schijnwerpers te treden.
Als er fysieke pijn is, kan die niet ontkend worden. Maar we kunnen wel een tegenwicht oproepen, door te denken aan aangename dingen die we meegemaakt hebben. Dus een geestelijk plezier als tegenhanger voor fysiek ongemak.

Waarneming / Kennisleer
De waarneming is volgens Epicurus de enige bron van kennis. Er bestaat niet zoiets als aangeboren ideeën, er is geen niet-zinnelijke wereld waar mensen op een bepaalde manier kennis van zouden hebben.
De waarneming verklaart Epicurus door te zeggen dat voorwerpen voortdurend beelden afscheiden die de zintuigen bereiken. Sommige van deze beelden dringen door tot in de ziel, bijvoorbeeld beelden van de Goden in dromen. Er is geen van de waarneming onafhankelijke instantie die de waarheid van onze zintuiglijke indrukken kan beoordelen. Alleen verdere waarneming kan een eerdere waarneming corrigeren.

Atomisme
Volgens Epicurus betekent het atomisme dat alles mechanistisch verklaard kan worden; er is geen bedoeling achter ons universum (noch achter de talloze andere die steeds ontstaan en vergaan), alles is een toevallig samenstel van atomen. Ook het bestaande universum zal weer uit elkaar vallen.
Volgens Epicurus is de dood niets anders dan een uiteengaan van de atomen waaruit het lichaam en de ziel bestaan; alles houdt op, en er is geen leven na de dood. De grootste bronnen van vrees worden zodoende weggenomen.
Een verschil met het atomisme van Democritus is dat volgens Epicurus de atomen allemaal in één richting bewegen, daar waar ze volgens Democritus in allerlei richtingen dwarrelden, botsten en samenklonterden en zo alle voorwerpen en het hele universum tot stand brachten. Epicurus stelt het zo voor: de atomen bewegen weliswaar in een richting, maar er vindt af en toe een niet te verklaren afwijking plaats, waarbij atomen uit hun baan raken, en daardoor botsingen en dergelijke veroorzaken.

Uitspraken
“Alle verlangens die niet tot pijn leiden indien ze onvervuld blijven, zijn niet-noodzakelijk”.
“Van al hetgeen de wijsheid verschaft met het oog op levenslang durend geluk, is het bezit van vriendschap verreweg het belangrijkst”.
“Bederf niet hetgeen je hebt door te verlangen naar wat je niet hebt; herinner je, dat wat je nu hebt ooit iets was waar je naar verlangde”.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 30 maart 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 30 maart 2016, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Na een kleine inleiding op het gedachtegoed van Epicurus en een korte (socratische) gespreksoefening
voeren we een gesprek over een ter plekke vastgesteld thema.

 

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Stoïcijns leven?

In het gesprek naar aanleiding van Seneca kwamen vele vragen naar boven die we een andere keer kunnen behandelen:

Het stoïcijnse leven, is dat niet te vlak? Wat blijft er dan over? Hoe ga je om met het verdriet om verlies? De ene zet het om in actie, de ander blijft er in hangen. Zie ook op YouTube “de man zonder armen en benen”. Na een ongeluk, bepaalt je houding je geluk? Hoe je er mee omgaat?

Bij het levenseinde, moeten we geheel zelf het einde kunnen bepalen?

Bij ongeboren leven, omdat we nu al voor de geboorte veel meer (kunnen) weten over het wel en wee van het kind, hoe maken we onze keuze over het wel of niet beëindigen van het ongeboren leven?

In de huidige tijd lijkt het erop dat alle kaders weg zijn, je kunt alle kanten op, de hele wereld ligt voor je open. Is het prettig om alle mogelijkheden te hebben, of zou het prettig zijn minder keuzemogelijkheden te hebben?

Wat houdt leven in het “hier en nu” in? Ben je met je hele aandacht dan “hier” of is het niet plaatsgebonden? Je gaat op in het boek wat je leest, je gedachten gaan ver weg, of in de trein zit je met je iPhone en je hebt geen aandacht voor je medepassagiers. Leef je dan “hier”? Hoe doe je dat bij het verbouwen van een huis, je focus houden in het moment, het “nu”, en je weet dat er nog zoveel moet gebeuren?

Seneca

seneca

Geboren: 4 v. Chr. Córdoba, Spanje Gestorven: 65 n. Chr. Rome, Italië

“Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst.”

“Erger dan de oorlog is de angst ervoor.”

Seneca behoort, met Marcus Aurelius en Epictetus, tot de prominente aanhangers van de Stoa, de school van de stoïcijnse filosofie. Voor deze filosofen is ‘leven naar de natuur’ het principiële uitgangspunt, waarbij ‘natuur’ moet worden opgevat als een ideale orde (kosmos), die wordt bestierd door de rede (logos). Beroemd is Seneca om zijn Dialogen en Brieven aan Lucilius.

Seneca wordt geboren in Córdoba (Spanje), in de Romeinse provincie Hispania. Seneca is op jonge leeftijd voor zijn opleiding naar Rome gekomen. Bedoeld om onderwijs te krijgen in de retorica (kunst redeneren), werd Seneca echter gegrepen door de filosofie, met name de Stoïcijnse. Aanvankelijk leidde Seneca een vrij sober leven. Seneca was zeer belezen en verdiepte zich verder in de Stoïcijnse filosofie. Daarnaast kende hij de Latijnse dichters goed alsook het werk van Cicero. Na een voorspoedige carrière in Rome wordt Seneca door keizer Claudius verbannen naar Corsica, waar hij drie troost-essays schrijft (Consolationes). Hier begint hij de stoïcijnse apatheia toe te passen, een loskomen van emoties die onze voorstellingen vertroebelen. Dat is geen passieve apathie in de moderne zin van het woord, maar een opdracht geestelijke balans vinden door te leven volgens de wetten van de natuur en kosmos. Zo ‘troost’ hij een moeder met het verlies van haar zoon, door te wijzen op het feit dat alles in het universum een keer sterven moet.
In 49 n. Chr. Wordt Seneca terug geroepen en aangesteld als opvoeder van de jonge Nero, de latere keizer. Seneca werd nu één van de invloedrijkste en vermogendste Romeinen. Toen Nero in 54 op 16 jarige leeftijd keizer werd, had Seneca samen met legerleider Burrus gedurende de eerste vijf jaren feitelijk het bestuur van het Imperium in handen. Het staat bekend als één van de voorspoedigste perioden uit de Romeinse keizertijd. Met het ouder en zelfstandiger worden van Nero ontpopte de keizer zich tot een achterdochtig en gewelddadig man, die alles naar zich toetrok. De invloed van Seneca nam af en trok zich dan ook terug uit het publieke leven. In 65 werd Seneca, verdacht van deelname aan een samenzwering tegen Nero, door Nero gedwongen tot zelfdoding. De schrijver Tacitus heeft op dramatische wijze beschreven hoe Seneca, in aanwezigheid van vrienden en zijn vrouw Paulina, op een manier de Stoa waardig, een einde maakte aan zijn leven.

Seneca was vooral ook schrijver. Een belangrijke rol in zijn werken speelt de individuele autonomie, de innerlijke vrijheid. Hij past de Stoïsche filosofie toe op de praktijk van het leven. Zo moet het ons leven “beter maken”. Je moet je niet laten leiden door emoties; een mens moet de vrijheid behouden om zelf ( dwz zijn rede) te kunnen beslissen wat hij doet. Hiertoe draagt ook bij zich niet te laten leiden door wat anderen van ons vinden. Ook het loskomen van de angst voor de dood hoort hierbij. Men kan alleen goed met het leven omgaan als men niet bang is het te verliezen. Algemener gesteld geldt dit voor alle bezit. De mens moet in harmonie met de Natuur leven.
Er valt een tweespalt waar te nemen in Seneca’s karakter; enerzijds een drang tot publiek en sociaal optreden, anderzijds een hang naar afzondering, meditatie en schrijven. Seneca is beroemd om zijn Dialogen, een schrijfkunst die hij uitzonderlijk goed beheerste. Ook de door Seneca geschreven tragedies hebben in het Europa van na de Renaissance velen geïnspireerd.
Uitspraken:
• “Emotie betekent verwarring in de ziel en daarom veroorzaken emoties een ongelukkig leven. Het doel van het leven is gelukkig te worden. En degene die in rust verkeert leeft gelukkig. De ziel leeft gelukkig, wanneer de rede er volledig leiding aan geeft. In een levenslang proces leert de mens dat alles wat noodzakelijk is voor een gelukkig leven in de mens zelf aanwezig is”.

• “Niet door elkaar bang te maken maar door wederzijdse liefde krijgt het leven een samenhang die uitloopt in verbondenheid en hulp waarin allen delen”.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert donderdagavond 25 februari 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Donderdag 25 februari 2016, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Na een kleine inleiding op het gedachtegoed van Seneca en een korte (socratische) gespreksoefening
voeren we een gesprek over een ter plekke vastgesteld thema.

 

 

Reageren? Wilt u nadere informatie? Stuur een mail naar info@dialoogkringmuiden.nl

Op zoek naar de feiten

Op zoek naar de feiten
In een filosofisch gesprek over een thema , vrijheid, geluk enz. wordt altijd om een concreet voorbeeld gevraagd waarin dit thema speelde.

In het onderzoek van het thema is van belang dat iedereen zich kan verplaatsen in het voorbeeld. Wanneer iedereen de “film” van het voorbeeld zo concreet voor zich ziet is er een belangrijke stap in het onderzoek afgesloten, en zo kan het onderzoek de volgende fase ingaan.

In deze oefening gaan we op zoek naar de feiten in het voorbeeld. Iemand is de voorbeeldgever, er is een scheidsrechter en de overige deelnemers stellen de vragen. De scheidsrechter let erop dat er uitsluitend feitelijke vragen gesteld worden: wie, wat, waar, wanneer, enz.
Wat opviel dat er een zekere schroom was om door te vragen, wat is er precies aan de hand, het gevoel onbeleefd te zijn komt op. Ook blijkt dat er heel snel beelden in je hoofd ontstaan over het voorbeeld en het kost veel moeite om die beelden te corrigeren.

Plato

Plato

Geboren: 427 v. Chr. Athene Gestorven: 347 v. Chr. Athene

“Het begin van de wijsbegeerte is de verwondering.”

“De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”

Plato is met Aristoteles de grootste filosoof van de Oudheid. Zijn dialogen, waarin Socrates een prominente rol speelt, behoren tot het hoogtepunt van de westerse filosofie.

Plato wordt geboren in een aristocratische familie tijdens de Gouden Eeuw van Athene. Hij is voorbestemd tot een politieke carrière, maar besluit onder invloed van Socrates zijn leven te wijden aan filosofie. Na de terechtstelling van Socrates richt Plato buiten de stad een filosofische school op, de Academie.

In de Phaedo beschrijft Plato voor het eerst zijn ‘ideeënleer’: in een metafysische, alleen voor het denken toegankelijke wereld, bestaan oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen. Dat verklaart waarom dingen herkenbaar zijn en blijven, maar tegelijkertijd toch voortdurend veranderen. Zo blijft een paard te herkennen als paard, ook als het slechts drie poten heeft, zwart of wit is, of gaandeweg ouder wordt – de essentie van het paard blijft bestaan.

Bovenaan deze ideeënwereld staan ‘het goede, ware en schone.’ Zij wakkeren het verlangen om goed te doen, de drang naar juiste kennis en de zoektocht naar schoonheid aan. De zetel van deze drang naar het hogere is de ziel, het onsterfelijke deel van de mens. Het lichaam is volgens Plato een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt. Tijdens ons leven kunnen we al een voorschot nemen op onsterfelijkheid door filosofie te beoefenen. In de beroemde vergelijking van de grot vergelijkt Plato ons met gevangenen die met de rug naar het licht de schaduwen op de muur voor de echte werkelijkheid houden. Filosofen gaan op zoek naar de bron van het licht en proberen mensen te behoeden voor deze schijnkennis.

Ook Plato’s opvattingen over staatkunde vloeien voort uit deze ideeënleer. In de Politeia beschrijft hij de ideale staatsvorm: een maatschappij die geleid wordt door vorsten die kennis hebben van de ideeën zodat zij als rechtvaardige ‘filosoof-koningen’ regeren.
Plato onderscheidde zich van vroegere denkers door het schrijven van dialogen, waarin mensen met elkaar van gedachten wisselen naar aanleiding van een concrete situatie. Plato koos voor de dialoogvorm om de levendigheid van zijn werk te verhogen, maar ook om een echt filosofisch gesprek na te bootsen, waarin verschillende standpunten aan bod komen. Plato heeft vele werken geschreven. Erg bekend van Plato is de beeldspraak (allegorie) van de Grot, hieronder beschreven.

Allogorie van de grot

Men dient zich een grote grot voor te stellen, die met de buitenwereld verbonden is door een gang met een dusdanige lengte dat er geen daglicht in de grot valt. Er zit een rij gevangenen met hun rug naar de ingang, en ze kijken naar de achterwand van de grot. Hun ledematen en halzen zijn zo vastgeketend, dat ze hun hoofden niet kunnen bewegen en noch elkaar, noch zichzelf kunnen zien. Dit betekent dat ze alleen de wand voor zich kunnen waarnemen. Zo hebben ze hun hele leven gezeten en kennen niets anders.
Achter hen bevindt zich een vuur. Tussen hen en dat vuur staat een blokkade in de vorm van een muur, die zo hoog is als een mens. Aan de andere kant van die muur lopen mensen met allerlei dingen op hun hoofd, waaronder stenen en houten figuren van mensen en dieren, heen en weer. De schaduwen van de dingen vallen door het vuur op de wand waar de gevangenen tegenaan kijken, die ook de stemmen weerkaatst van hen die de dingen sjouwen. Plato betoogt nu dat het enige dat de gevangenen in hun leven waarnemen schaduwen en echo’s betreffen. Ze zullen denken dat deze de realiteit vormen, en hun gesprekken zouden over de waarneming van deze realiteit gaan.
Als een gevangene zijn ketenen zou kunnen afschudden, zou hij door de levenslange ketening in het halfduister zo verkrampt zijn, dat het alleen al pijnlijk voor hem zou zijn om zich om te draaien, bovendien zou het vuur hem verblinden. Hij zou volkomen in de war raken en zich weer willen omkeren naar de wand met schaduwen, naar de realiteit die hij begrijpt. Als hij uit de grot naar het felle zonlicht zou worden geleid, zou hij pas na lange tijd iets kunnen zien en dat begrijpen. Als hij eenmaal gewend zou zijn aan de bovenwereld en daarna terugkeerde in de grot, zou de duisternis hem weer tijdelijk verblinden. Zijn ervaringen zouden onbegrijpelijk zijn voor de andere gevangenen, omdat hun taal alleen naar schaduwen en echo’s verwijst.
Uitleg
De tocht uit de grot (de waarneembare werkelijkheid) naar buiten (de werkelijkheid van de Ideeën), symboliseert het opvoedings- en onderwijsproces dat de filosoof-regeerder moet volgen, wil hij aan het hoofd kunnen staan van Plato’s ideale staat. Plato is vrij elitair en heeft met deze opvoeding dus alleen filosofen voor ogen, die pas na jaren intellectuele en morele opvoeding de leiding van de staat op zich kunnen nemen.
Het geschetste beeld van de allegorie kan worden toegepast op Plato’s kennisleer. De wereld der mensen binnen ruimte en tijd dient te worden gelijkgesteld aan het leven in de grot. Het licht van het vuur dat de schaduwen veroorzaakt en de echo’s van de stemmen van de mensen aan de andere kant van de muur kunnen worden gezien als de tijdelijke varianten van de entiteiten, de blauwdrukken. De pijn en moeite die de gevangene moet doen om zich te bevrijden van zijn ketenen staat voor het langdurig nadenken over het Goede, waarbij veel discipline komt kijken aangezien de verleiding moet worden weerstaan zich over te geven aan de aardse lusten. Het uit de grot ontsnappen en in het felle zonlicht terechtkomen staan dan gelijk aan de opstijging van de ziel naar de wereld der abstracties, de echt kenbare wereld die we aanschouwen met onze geest. De zon die de aarde helder verlicht komt overeen met onze geest waarmee we de ware inzichten kunnen ‘aanschouwen’. Het weer teruggaan in de grot leidt ertoe dat die ‘verlichte’ weer moet wennen aan het halfduister. Het communiceren met de medegevangenen is nu in feite niet meer hetzelfde aangezien hun kennis over de werkelijkheid nu verschillend is. Hiermee wilde Plato laten zien dat een mens die in de hogere regionen is gekomen, moeite heeft of zelfs weigert zich in te laten met ‘menselijke’ aangelegenheden. Hun ziel snakt ernaar steeds daarboven te vertoeven.

Filosofisch Café

Dialoogkring Muiden organiseert woensdagavond 27 januari 2016 in de Bibliotheek Muiden een Filosofisch Café.

Programma: Woensdag 27 januari 2016, bibliotheek Muiden.

Vanaf 19.30 uur inloop, vrije toegang, muziek Remi Balvers.
Na een kleine inleiding op het gedachtegoed van Plato en een korte (socratische) gespreksoefening
voeren we een gesprek over een ter plekke vastgesteld thema.